Het verhaal van Henk

Henk Kemp (68 jaar) kreeg de diagnose darmkanker.

‘Als bloeddonor mocht ik november 2007 opeens geen bloed geven, omdat de HB waarde te laag was. De huisarts stuurde me naar het ziekenhuis. Bij een maagonderzoek zagen ze een lekkend maagklepje, waar ik al medicijnen voor slikte. Met betere pillen – ik kon zelfs zonder last tzatziki eten - genoten we van onze geplande vakantie in Griekenland. Daarna bleek dat ik ook direct een darmonderzoek had moeten krijgen. De dokter zat daar erg mee. Wij niet; een misverstand waardoor we nog zorgeloos op vakantie gingen. Na darmonderzoek werd duidelijk dat ik darmkanker had.’ 

Skiën en chemo

‘Kort daarna ben ik geopereerd en volgde chemo. 24 keer om de week naar het ziekenhuis, tweeënhalve dag een infuus. Een half jaar lang. Dat vond ik geen pretje, maar op die afdeling lig je wel aan de goede kant. De ziekte was weggehaald, de chemo zorgde ervoor dat het wegblíjft. Zo zie ik het.

Ik werd met alle egards behandeld, heel vriendelijk. Ze dachten ook mee: Wij gaan jaarlijks met de kinderen en kleinkinderen een week skiën en ik wilde gewoon mee. Bij uitzondering hebben ze alles zo strak gepland, dat het kon. Daarna ben je dan natuurlijk wel ‘die meneer, die is gaan skiën tijdens de chemo’!’ 

“Chemo is geen pretje, maar kan wel je redding zijn” 

Genieten van een goed leven

‘Fijn dat ik er zo snel bíj was’, zei ik eens tegen de dokter, waarop hij zei dat het er waarschijnlijk al tien jaar zat. En dáár schrok ik van. Dat je lichaam je zo kan belazeren. En dat gevoel blijft, bij elk pijntje komt toch de twijfel, maar niet lang. Ik heb een goed leven en daar wil ik zoveel mogelijk van genieten. Tijdens de chemokuur ging ik al weer naar de sportschool. Ritten van 60, 70 kilometer op de racefiets, lekker weg met de caravan en mooie tourtjes op mijn motorfiets maken.

Je moet dóen wat je kunt doen, niet gaan zitten kniezen.’