Anatomie van de borst

Borsten bestaan voornamelijk uit vet en bindweefsel. De hoeveelheid vetweefsel bepaalt de grootte van de borst. Via het bindweefsel zijn de borsten bevestigd aan de spieren van de borstkas. De borsten kunnen in grootte en vorm iets van elkaar verschillen. Deze asymmetrie is normaal. Ook kan de ene tepel gevoeliger zijn dan de andere.


Melkklieren

Bij vrouwen vormen vet en bindweefsel een beschermende laag om de bloedvaten en de melkklieren. Het klierweefsel bestaat uit ongeveer 20 trosvormige klieren. Deze klieren komen uit in de tepel via verzamelbuisjes, de melkgangen. Bij vrouwen komt tijdens de zwangerschap in de melkklieren de melkproductie op gang. Dit gebeurt onder invloed van het hormoon prolactine.

In de periode na de eisprong en voor de menstruatie neemt het klierweefsel wat in omvang toe. Hiervoor zorgt het hormoon progesteron. Ook gaat er meer bloed naar de borsten. Hierdoor krijgen sommige vrouwen een wat pijnlijk en gespannen gevoel in de borsten. Na de menstruatie verdwijnt dit weer.


Tepels en huid

Tepels kunnen stijf naar voren staan, ingetrokken of plat zijn. Ze worden stijver bij kou, aanraking of opwinding. Het iets donkerder gekleurde gebied rond de tepel heet de tepelhof. De huid van de borsten voelt glad aan. Bij sterke vermagering en bij vrouwen op hogere leeftijd kunnen er rimpels in de huid ontstaan.


Lymfklieren

In de borst bevinden zich lymfvaten die afvalstoffen afvoeren naar de lymfklieren in de oksel. Lymfvaten en lymfklieren bevinden zich in het hele lichaam. Ze zijn onderdeel van het afweersysteem en verdedigen het lichaam tegen infecties. Lymfvaten worden onderbroken door meestal boonvormige lymfklieren in grootte variërend van speldenknop tot erwt. In de lymfklieren worden witte bloedcellen (lymfocyten) gemaakt. Die kunnen de passerende lymfevloeistof zuiveren van bacteriën die in bloed komen door bijvoorbeeld een ontsteking.

Als een lymfeklier de hoeveelheid bacteriën niet meteen kan verwerken, ontstaat er een tijdelijke ophoping. De klier wordt dan groter en is voelbaar als een knobbeltje onder de huid. Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol in het vervoer van kankercellen. De lymfklieren kunnen kankercellen tegenhouden. Maar soms schieten de cellen los en worden ze meegevoerd naar de bloedbaan. Op die manier kunnen uitzaaiingen elders in het lichaam ontstaan.

​ ​​